Coût de l’enseignement pour les parents en Flandre

[Extrait de Solidair, septembre 1999]

Het enige grondige onderzoek naar de studiekosten in Vlaanderen is al meer dan 10 jaar oud. In 1998 werd een beperkt onderzoek gedaan naar de studiekosten met medewerking van de koepels van de ouderverenigingen van de drie onderwijsnetten. We citeren uit deze studie (BRUG, september 1998, tijdschrift van de Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen (VCOV), van het katholiek onderwijs)

De kosten zijn opgesplitst in een zevental artikelen. In het lager onderwijs omvat dit: niet-duurzame uitrusting, die jaarlijks moet betaald worden (schoolagenda, schriften, werkboekjes, schrijfgerief, mappen, enz); duurzame uitrusting, die meer dan één jaar meegaan (boekentas, passer, rekenmachientje); kleding (schooluniform, turnpak, werkkledij in TSO en BSO); sport (o.a. zwemlessen, uitstappen, schoolreizen); voeding (betreft tussendoortjes als frisdrank, snoepgoed, geen vaste maaltijden); vervoer (zowel openbaar als privévervoer); restcategorie (klasfoto’s, tijdschriften) In het secundair komt daar nog de categorie grondstoffen (naaigerief, kookartikelen, materialen en gereedschappen, enz) bij.

Er zijn verschillen tussen de drie onderwijsnetten: gemeenschapsonderwijs, gemeentelijk/provinciaal onderwijs en vrij (katholiek) onderwijs. Het vrij onderwijs is doorgaans duurder. Bovendien zijn er grote verschillen tussen de elitescholen en de volksscholen.

In het lager onderwijs kost een kind aan de ouders gemiddeld 16.000 fr per jaar. (tabel blz 8) De grootste kost is schoolvervoer. 59 % van de kinderen in het lager (vrij) onderwijs wordt met de auto gebracht. De tweede grootste post is voeding. Steeds meer scholen hebben drank- en snoepautomaten staan. Voor een bescheiden opbrengt voor de school worden kinderen van jongsaf kleine consumentjes, verslaafd aan overbodige luxeproducten waar multinationals als coca-cola enz. rijk op worden. Vele ouders stellen zich vragen bij de overbodige prestigeprojecten als skiklassen die al vlug 20.000 fr kosten en die ouders in de schulden steken.

In het secundair onderwijs kost een kind gemiddeld 40.000 fr per jaar.(tabel blz 9, 2de kolom) Vervoer is hier de grootste uitgavepost. Daarna komt niet duurzame uitrusting (schoolboeken, die gekocht of gehuurd worden, copies enz,). Met de permanente wijziging van leerprogramma’s zijn handboeken snem verouders, wat de kosten doet oplopen. Sommige scholen detailleren zelfs de aangerekende kosten niet. In het algemeen secundair (ASO) vallen hoge kosten voor sport en uitstappen op. Meer en meer scholen organiseren buitenlandse reizen die gemiddeld tussen de 15.000 en 18.000 fr. kosten. Men kan zich afvragen wat het nut is van dergelijke verre reizen. Maar anderzijds krijgen leerlingen uit het beroepsonderwijs deze ervaringen niet, wat dan weer de horizon van deze leerlingen beperkt. Het technisch secundair is de duurste onderwijsvorm, waar leerlingen zowel geld aan boeken, als aan materialen voor de praktijklessen moeten uitgeven. Een andere post die meer begint door te wegen is die van de aanschaf en updating van een computer.

 

Een student hoger onderwijs kost de ouders jaarlijks tussen de 200.000 en 300.000 frank (of meer!). 75 procent van de Leuvense studenten huurt een kot, dat kost gemiddeld 7.000 frank per maand (in Brussel 2.000 frank meer). Voeding kost bij de 60.000 frank per jaar, vervoer zo'n 7.000 frank. (De Standaard, 11 september)
Het inschrijvingsgeld voor de universiteiten en bijna alle hogescholen is opgetrokken tot 18.000 frank. Voor het enveloppesysteem in voege kwam, vroegen veel hogescholen geen inschrijvingsgeld, of ten hoogste 8.000 frank. Voor de opleiding rechten, een van de goedkoopste richtingen, betaalt een student jaarlijks 12.000 frank voor boeken en cursussen. In de Germaanse of Romaanse filologie loopt dit op tot 20.000 frank. Ondertussen daalt het aantal studietoelagen: 40.055 in 1990 tegen 30.56 in 1994. (Deleeck, Gids op maatschappelijk Gebied, nr 4, 1998.) [Solidaire, septembre 1999]