Feest van de Vlaamse Gemeenschap

Koekelberg, 11 juli 2001 

Dames en heren,

Zoals zo plechtig aangekondigd werd in ‘leven te Koekelberg’, het blad van Gemeenschapscentrum De Platoo, heb ik de eer – als kersverse schepen van Nederlandse Cultuur – u te begroeten ter gelegenheid van het feest van de Vlaamse Gemeenschap hier in Koekelberg.

Het is een traditie die al een paar jaren plaatsvindt in Koekelberg en – niettegenstaande ik vind dat sommige tradities mogen verbroken worden – is dat een traditie die ik graag wil verder zetten.

Persoonlijk heb ik nogal gemengde gevoelens wanneer ik leeuwenvlaggen zie wapperen of wanneer ik bepaalde nostalgici bezig hoor. Tegelijk ga ik ook niet akkoord met diegenen die luid roepen dat we van iedere vorm van gemeenschapsgevoel afmoeten.

Al is het door een samenloop van omstandigheden, zoals ouders, plaats van geboorte, de taal, de gebruiken e.d., al zijn we in eerste plaats allemaal mensen en allemaal gelijkwaardig, toch behoren we allen tot een of andere gemeenschap. Dat is een puur menselijk en natuurlijke eigenschap: ook in de natuur zoeken, zowel mensen als dieren, het gezelschap op van hen waarin zij zich herkennen. Dat biedt een vorm van genegenheid, en schenkt vertrouwen, o.m. zelfvertrouwen.

En daar gaat het om: een positief zelfbeeld hebben, voldoende zelfvertrouwen creëren, opdat we – zonder schrik, zonder arrogantie, zonder ons beter te voelen dan de anderen – samen met de anderen aan de samenleving, aan de grotere, gedifferentieerde gemeenschap kunnen werken.

Dat is voor mij de betekenis die ik aan het feest van de Vlaamse Gemeenschap geef hier in Koekelberg, in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de Nederlandstaligen een minderheid tussen de minderheden zijn.

Dit jaarlijkse feestelijke moment is het ogenblik bij uitstek, waarbij we elkaar op een informele manier kunnen ontmoeten, elkaar beter leren kennen en ons bewust worden dat we nog meer zaken gemeen hebben dan het feit dat we in dezelfde gemeente of hetzelfde gewest wonen.

Ons feest mag daarentegen geen moment zijn waarop we tegen de andere gemeenschappen zeggen en benadrukken dat we anders zijn.

Neen, in de eerste plaats zijn we hier als Koekelbergenaars, als Brusselaars. Met ons feest van de Vlaamse Gemeenschap hier in Koekelberg moeten net de boodschap uitdragen dat we Koekelbergenaars zijn onder de Koekelbergenaars, dat we Brusselaars zijn onder de Brusselaars.

De 11 juli-viering is het moment om de boodschap mee te geven dat de Nederlandstaligen evenzeer, en met evenveel inzet, willen meebouwen aan onze stad, zodat het een stad is waar het goed te leven is en waar alle gemeenschappen aan bod komen. Een stad waar alle culturen en gemeenschappen bijdragen, erkend en betrokken worden.

Met de stemming van de Lambertmontakkoorden, en in het bijzonder met het resultaat van de Brusselse mini-Costa, krijgt de Vlaamse Gemeenschap meer erkenning in ons gewest. De gemeenten die een Vlaamse Schepen hebben of een Vlaamse OCMW-Voorzitter kunnen vanaf volgend jaar meegenieten van een extra miljard Frank. Ook voor Koekelberg is dat het geval.

 

Het is belangrijk dat deze middelen ingezet worden voor meer welzijn in de gemeente. Maar, ook voor Cultuur dienen extra middelen worden vrijgemaakt: met de goede Koekelbergse verdeelsleutel 25% voor de Nederlandstaligen en 75% voor de Franstaligen.

Cultuur is immers het cement om de samenleving bijeen te houden en de intermenselijke relaties te verstevigen.

Ik hoop dan ook ten stelligste dat de bijkomende middelen gebruikt zullen worden om van onze gemeente nog meer een plek te maken waar iedereen zich thuis voelt. En, zich thuis voelen doe je op een plek waar je erkend wordt en waar je meetelt. En in Koekelberg tellen we mee, zonder ons te willen gedragen als een buitenbeentje.

De evenementen die georganiseerd vanuit de Nederlandse Cultuur staan dan ook open voor allen die er – met een geest van openheid en een positieve inbreng – willen aan deelnemen. Het jaarlijks festival in het Park is er een voorbeeldje van: Plazey wordt georganiseerd door het Gemeenschapscentrum De Platoo. En iedereen is er welkom: je hoort er verschillende talen spreken. Niet alleen onder het publiek, maar ook onder de verschillende vrijwilligers die het mogelijk maken. Dergelijke open manifestaties moeten ons visitekaartje zijn.

Datzelfde festival wordt niet alleen gesteund vanuit het gemeentebestuur, maar zou niet mogelijk zijn zonder de steun vanuit de Vlaamse Gemeenschapscommissie, waarvan de Voorzitter van het College zeker Koekelberg niet zal vergeten.

 

 Dirk Lagast,

Schepen van Nederlandse Cultuur,

Nederlandstalige Jeugd en

Nederlandstalig Onderwijs