Koekelberg

 

Kabinet van de Schepen

Dirk Lagast

Dames en heren,

Naar jaarlijkse gewoonte mag ik u ook dit jaar weer verwelkomen in de raadzaal van ons gemeentehuis.

Dit jaar is Koekelberg één van de negentien gemeenten waar het feest van de Vlaamse gemeenschap gevierd wordt. Inderdaad, voor de allereerste keer nemen alle negentien gemeenten deel aan dit gebeuren.

En Koekelberg doet dat niet op het minst belangrijke moment. Daar waar bijna alle andere gemeenten dit feest vóór 11 juli vieren, vieren wij het op de dag zelf ! In feite is het feest in Koekelberg het aperitief voor de gulden ontsporing, die plaatsvindt in Brussel. Met deze zitting hier in de raadzaal beëindigen we in feite ook de twee feestweekends die plaatsgevonden hebben in het Elisabethpark: het Plazeyfestival, een feest ingericht door Nederlandstaligen voor iedereen !

Dit jaar staat het feest van de Vlaamse Gemeenschap in het teken van de poëzie. Vandaar dat wij dichter Roger De Neef uitgenodigd hebben. Hij brengt ons dadelijk een poëzieprogramma, omkaderd door de tonen van tenorsaxofonist Ben Sluys.

Als afsluiter van dit officiële gedeelte komt Staatssecretaris Robert Delathouwer, Voorzitter van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, aan het woord.

Vandaag feesten wij: de Vlaamse gemeenschap feest in Brussel. Een hele dag culturele festiviteiten, voor elk wat wils. Geniet ervan. Alle negentien doen mee: dat is niet altijd zo geweest.

Het is ook niet altijd evident Nederlandstalig te zijn in Brussel.

In Vlaanderen worden we vaak bekeken als buitenbeentjes, waarvoor altijd speciale maatregelen moeten getroffen worden. Een bende ambetanteriken, zeg maar. Zij die altijd iets speciaal moeten hebben. Dergelijk beeld dat men in Vlaanderen van ons heeft, betekent eigenlijk dat ze ginder de Brusselse situatie niet kennen. Ze weten niet hoe het er aan toe gaat in Brussel.

Voor de Franstaligen blijven we nog al te vaak de Vlamingen.

Ook dat toont dat zij ons niet echt kennen. In eerste plaats zijn wij toch Brusselaars, die van onze stad houden en hier willen leven, in die grote smeltkroes die Brussel toch is. Brussel de hoofdstad van België en van de Vlaamse Gemeenschap.

Nederlandstalige zijn in Brussel is in de eerste plaats Brusselaar zijn en dat moeten we duidelijk maken aan iedereen ! Nederlandstalige Brusselaars hebben een bijzondere eigenschap. Die eigenschap heet openheid. Wij staan open voor andere talen. Wij staan open voor andere culturen. Wij staan open voor andere mensen.

Jammergenoeg zie ik hier en daar wat koudwatervrees opduiken … Dat is jammer, want net die koudwatervrees staat onze bijzondere eigenschap in de weg.

En hier heb ik het dus over het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel.

Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is een uitstalraam waar wij als Nederlandstaligen in Brussel meer dan een beetje fier op mogen zijn.

Daar waar men in het Vlaams Gewest te kampen heeft met een achteruitgang, blijven onze Nederlandstalige scholen in Brussel groeien.

Die groei is er dank zij onze openheid: de Nederlandstalige scholen groeien in hoofdzaak dank zij de kinderen van anderstalige ouders. M.a.w. de groei is er doordat onze scholen een afspiegeling zijn van de Brusselse realiteit. "La liberté du père de famille", werkt hier in ons voordeel. Ook voor ons Nederlandstalig onderwijs in Koekelberg is dat zo. In ‘de kadeekes’ zitten voor het overgrote merendeel kinderen van Niet-Nederlandstalige ouders. Aan de overkant, in het Ursulineninstituut, is dat ook zo. En ook de Unescoschool ontsnapt niet aan deze evolutie.

Volgens de inspectie doet ‘de kadeekes’ het zo slecht niet: bij de doorlichting afgelopen schooljaar, kreeg het volledig team een pluim voor hun werk en voor de resultaten die zij afleveren. Kwaliteit, die geleverd wordt door een gemotiveerd team, dat gebruik maakt van alle mogelijke ondersteuningsvormen die er zijn voor onze specifieke Brusselse situatie.

Toch menen sommigen op de rem te moeten gaan staan. Er zou geen plaats meer zijn voor kinderen van Nederlandstalige ouders… In ‘de kadeekes’ is dat zeker niet zo. Als dit zo is in andere scholen, dan is dat schandalig: alle kinderen moeten naar school kunnen. De enige goede oplossing die er dan is, is een grote investering van middelen om meer scholen te bouwen. Immers, een school kan vandaag alleen maar leerlingen weigeren als er geen plaats meer is, of als de leerling niet in aanmerking komt (gezakt, leeftijd, …).

Het Nederlandstalig onderwijs is ons uitstalraam naar andere gemeenschappen. Als Nederlandstaligen kunnen wij het niet maken om te discrimineren op het vlak van zg. ‘banden met het Nederlands’. Wat betekent dat ? Hoe gaan we dat controleren ?

Koudwatervrees is dan ook uit den boze. Onze scholen staan open voor alle kinderen: Nederlandstaligen en anderstaligen. Via specifieke ondersteuningsmaatregelen zal ons onderwijs er in slagen om meertalige leerlingen af te leveren op het einde van het traject. Tegelijk maken die anderstalige leerlingen kennis met onze cultuur en met onze taal: de mogelijkheid bij uitstek om die te promoten !

Immers, "wie de jeugd heeft, heeft de toekomst", daarom werken we vanuit de gemeente, samen met een vzw, de VGC en de twee Nederlandstalige scholen in de Herkolierstraat (het Ursulineninstituut en ‘de kadeekes’) aan een nieuw project. In de vakantieperiode is er al Cadolleken: de vakantiewerking voor de kinderen uit het Nederlandstalig Onderwijs. Nu komt er tijdens het schooljaar ook een kwalitatief activiteitenaanbod na de schooluren en op woensdagnamiddag, speciaal voor de kinderen uit het Nederlandstalig onderwijs.

In Koekelberg promoten we de Nederlandse Cultuur ook nog op een andere wijze. In januari van dit jaar heeft de gemeenteraad het lokaal Actieplan Nederlands Cultuur unaniem goedgekeurd. Naast onze traditionele activiteiten, zoals uitstappen of de Koekelbergenaar van het jaar, is er al en BREL-namiddag geweest. In het najaar plannen we nog een tentoonstelling in het Stepmanhuis en komt Lize Marcke haar repertoire brengen in zaal Cadol.

Maar, bovenal wordt er hard gewerkt aan de realisatie van een Nederlandstalige bibliotheek. De gemeenteraad heeft de Vlaamse Gemeenschapscommissie gevraagd om een filiaal te openen van de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek, zodat Koekelbergenaren vlakbij huis naar een Nederlandstalige bibliotheek kunnen gaan.

Op dit ogenblik is er een gebouw voor ogen. Het is nog wachten op de ondertekening van het huurcontract…. En dan zou alles wel eens heel vlug kunnen gaan.

Ik hoop dan ook ten stelligste dat ik volgend jaar rond deze tijd kan zeggen dat er een Nederlandstalige bibliotheek is in Koekelberg.

 

Dirk Lagast