Dames en heren,
Bedankt aan de Martine Loos, Voorzitter van de Raad van beheer, en aan Erwin Thevissen, om mij de eer te geven om de tentoonstelling te openen n.a.v. de dertigste verjaardag van ons gemeenschapcentrum De Platoo.
Om eerlijk te zijn, vind ik dat geen gemakkelijke opdracht. Dertig jaar geleden was ik als zevenjarige op het strand aan het spelen in Heist-aan-zee. M.a.w. ik wist niet eens dat Koekelberg bestond, laat staan De Platoo en de problematiek van de Nederlandstaligen in het Brusselse.
De tentoonstelling is dus ook voor mij heel leerrijk en biedt wat structuur aan datgene wat ik door ietwat oudere Koekelbergenaren, zowel Nederlandstaligen als Franstaligen gehoord heb. Je ziet maar: ook in de 21ste eeuw speelt de mondelinge overlevering een niet onbelangrijke rol.
Wat hebben ze mij zoal verteld?
Mijn collega-schepenen, Franstaligen dus, aangezien ik de enige Nederlandstalige in het College ben, schetsen de situatie van hun ouders: hoe ze naar Brussel gekomen zijn en hun kinderen in het Frans opgevoed hebben om hun kansen te bieden om te slagen in het leven.
Daarenboven hebben zij de toenmalige marsen op Brussel meegemaakt: blijkbaar hebben die marsen agressieve indrukken nagelaten. Er is dan een Franstalige kaart getrokken en waarmee een Franstalige identiteit ontwikkeld is, met alle facetten en schakeringen dat dit kan inhouden. Het resultaat kennen we: in Brussel wordt meer Frans dan Nederlands gesproken.
De Nederlandstaligen hebben de geschiedenis ter zake anders beleefd. Dat ligt, o.m., mee aan de basis van de oprichting van de Sociaal-Kulturele Raad in 1971 te Koekelberg, met een lokaal aan de Vande Sandequare. Ik kan u vertellen dat de VGC ideeën uitbroedt, om vlakbij die Vande Sandesquare, opnieuw een ander initiatief te nemen.
Maar, dat zien we binnenkort wel: als we nu alles vertellen is er niks nieuws meer aan.
Eind de jaren 70 is de SKR verhuisd naar de Pantheonlaan 14, waar we nu zijn. Maar, waar het gebouw niet zo modern was als het nu is. Begin jaren negentig kreeg het trefcentrum een eigen naam: De Platoo. De naam van de wijk waar we ons bevinden en de plaats waar de mannen van t plateau woonden of wonen.
Maar, het verhaal van De Platoo is uiteraard niet alleen een verhaal over stenen en infrastructuur, alhoewel dat in dit huis toch niet onbelangrijk is.
Het is ook een verhaal over belangenverdediging, onthaal, programmatie en, niet te vergeten, relatie met het gemeentebestuur. Eén van de pioniers, Roger De Cleen, hoor ik graag het verhaal doen, hoe de toenmalige SKR actie voerde tegen toenmalig burgemeester Pivin, of hoe ze discussieerden en akkoorden afsloten.
In de afgelopen dertig jaar is er wel één en ander veranderd. Reeds een tiental jaar geniet De Platoo van een jaarlijkse subsidie van de gemeente, die vanaf 2002 met 25% zal verhoogd worden. Voor wat betreft 2001, wijst een vlugge berekening uit dat De Platoo voor een bedrag van meer dan 300.000 F op de gemeente heeft kunnen rekenen.
Maar, samenwerken is meer dan alleen maar centen geven.
Vandaar dat ik er ook naar streef om nauwer te gaan samenwerken. Erwin en ik hebben al enige afspraken gemaakt om tot een geïntegreerde programmatie te komen. Dit jaar hebben we een aanzet gegeven, nu moeten we dat verder ontwikkelen. We hebben er al een aantal instrumenten voor: de afvaardiging van de gemeente (ikzelf dus) in de raad van beheer, de Gemeentelijke Nederlandse Cultuurcommissie. Maar ook, en vooral, onze persoonlijke contacten.
De gezamenlijke programmatie is één zaak. Maar, dat is niet voldoende: De Platoo moet echt het Nederlandstalig cultureel centrum van Koekelberg zijn. Open voor de Koekelbergenaars, geïntegreerd in het Koekelbergs leven. Kortom, een Nederlandstalig huis voor alle Koekelbergenaars.
Proficiat met uw dertig jaar. Geniet van de tentoonstelling, het feestweekend, het glas en vooral de werking van De Platoo.
Dirk Lagast